Woord vooraf
Rationale en achtergrond
Het gevoel dat Maastricht geconfronteerd wordt met geheel nieuwe uitdagingen, waarvoor de traditionele succesformules niet meer werken, wordt sterker. Via “meer van hetzelfde”–beleid zal de stad op den duur haar potentieel niet kunnen verwezenlijken. De vraag is niet of de stad het in de afgelopen decennia goed gedaan heeft, daarover bestaat geen twijfel, maar hoe het verhaal verder gaat. Op tal van ontwikkelingen zal de stad gelijktijdig een antwoord moeten vinden, zoals een krimpende bevolking, concurrentie van de randstad en andere regio’s, de opkomst van de ‘kennis-samenleving’, internationalisering en onderwijs, en het toenemend belang van cultuur, innovatie en creativiteit. Het is niet voldoende om elk probleem en elk project ad hoc aan te pakken. Veel effectiever is het om een Leitbild voor ogen te hebben waaruit blijkt welke stappen in het grote geheel passen, en met name welke stappen vooralsnog ontbreken.
In de praktijk wint de korte termijn het doorgaans van de langere termijn, evenals projecten meer aandacht krijgen dan structurele verbetering, tactiek meer aandacht krijgt dan strategie, en locaal meer dan regionaal. Commissies en deskundigen houden zich doorgaans bezig met concrete projecten, die ook als zodanig zijn afgegrensd, bijvoorbeeld de A2-ondertunneling, het ENCI-terrein, de Timmerfabriek, Belvedère, de light rail, en vele andere. De projecten worden vervolgens wel in een wijdere context geplaatst, maar dat is primair om de voordelen ervan aan te tonen. Of ze in een Leitbild of algehele visie passen, komt zelden aan de orde. Het eindresultaat zal eerder de resultante zijn van alle individuele projecten, dan de woon- en werkomgeving waarvoor de burgers expliciet gekozen hebben. Ook de Stadsvisie vervult niet de rol van een integraal en alles overkoepelend totaalbeeld; daarvoor is ze te zeer opgedeeld in de gangbare werkterreinen. Het is als ‘totaalbeeld’ dat het HWWL-project in een leemte voorziet. Het richt zich niet zozeer op wat we kunnen maar op wat we willen.